Deze pagina delen op

Bewezen: wijkgezondheidscentra zorgen voor kwaliteitswinst in de zorg, niet voor geldverlies

Een jaar geleden kondigde minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een moratorium af op nieuwe wijkgezondheidscentra. Het aantal centra werd bevroren en ook werd er flink gesnoeid in de budgetten. Sindsdien woedt hierover een hevig debat in de gezondheidszorgsector en oogst De Block veel kritiek op haar gevoerde beleid. Tegenstanders argumenteren dat wijkgezondheidscentra onnodig duur en oneerlijke concurrentie zouden zijn voor 'klassieke artsen' uit de prestatiegeneeskunde. Dit argument is nu met nieuwe cijfers over de kosten en de kwaliteit van de zorg in wijkgezondheidscentra weerlegd in een studie die het  Intermutualistisch Agentschap (IMA) liet uitvoeren.

De uitgaven van de ziekteverzekering voor patiënten die in zo’n centrum ingeschreven zijn, blijken gemiddeld even hoog als voor een vergelijkbare groep patiënten elders. De zorg in de wijkgezondheidscentra zelf is weliswaar duurder, maar er wordt voor die patiënten minder uitgegeven voor geneesmiddelen, ziekenhuisopnames en revalidatie. De studie bevestigt eerdere conclusies van het Federaal Kenniscentrum uit 2008. 

In een reactie neemt de minister een afwachtende houding aan en zegt nog de resultaten van een ander bestelde audit af te wachten. Maar volgens Lieven Annemans, professor gezondheidseconomie aan de Ugent, zegt de studie van het IMA al genoeg. 'Het bevestigt onze oude conclusies: de overheid verliest geen geld door de wijkgezondheidscentra, maar wint aan kwaliteit in de zorg.’De centra mogen dan in hun eerstelijnszorg iets duurder zijn, de tweede lijn compenseert dat. Kosten de raadplegingen wat meer, het voorschrijven van geneesmiddelen (minder antibiotica), ziekenhuisopnames of revalidatie maken de meerprijs meer dan goed. Het financiële argument van de minister houdt geen steek.
 

Bronnen:

'Bewezen: goed werk tegen een goede prijs' - De Standaard 8/12/2017

'Met de groeten van Maggie' - De Standaard 8/12/2017